Om dit alles te begrijpen is een stukje historiek niet misplaatst, eerder noodzakelijk. Een toelichting:

Het moet in het jaar 1978 geweest zijn dat Dirk Vincent en Ria Verboven het aftakelende, slecht onderhouden pand in de Walpoortstraat, Nº13 overnamen. Het had nochtans dieper die eeuw al hoogtepunten gekend. Daarvan getuigt nog een authentiek portret van de voorgevel volgestouwd met de vaste stamgasten van destijds: ‘De Spaarzame Heuvelreizigers’ die al sinds 1897 trouw hun spaarplichten vervulden in het destijds al legendarische ‘Café ‘tCenter / Du Centre’. In de jaren zestig ging het stilaan bergaf en verloederde de zaak tot een stoffig, vrij onbenullig en slecht onderhouden zuiperscafé; een stukje vierde wereld aan de rand van het Gentse centrum. (Van in het begin was het gebouw eigendom van de CV Minard – zoals eertijds ook van de schouwburg naast de deur – vanaf begin XXe eeuw in hoofdhuur genomen door de brouwerij Haacht, of haar antecendenten.)

Maar met de aanpak van Dirk en Ria werd het lokaal nieuw leven ingeblazen, een nieuwe traditie werd ingezet en zij doopten het als “‘t Gebed zonder Eind”: de ironische ‘Nickname’ voor een Paternoster, de rozenkrans, geïnspireerd door een doodlopend straatje in Amsterdam. De negentiende eeuwse Spaarkas werd weer geactiveerd en tot ver buiten de stadsgrenzen genoot de zaak snel een grote faam als muziektempel met een unieke sfeer, hoe klein de gelagzaal ook was. Zij dragen de – bijna vergeten – verdienste van het fundament gegoten te hebben waarop ‘t Gebed kon groeien.

Na bijna 8 jaar, op de eerste dag van de Gentse Feesten 1986 nam ik op mijn beurt de zaak over, samen met Kristin Verspeelt (huidige kok-uitbaatster van ‘De Bestemming’ in Hansbeke). Er werd al bij al niet veel gekeken naar de vele clausules bij het tekenen van de overname van het handelshuurcontract verbonden met een drankafnameverplichting en dies meer. Wist ik toen veel als 24-jarige enthousiasteling… Het eertijds omgezette volume aan verplicht af te nemen dranken zat ver beneden de gecontracteerde 100 hectoliter. Maar er was geen probleem aangezien de huur en brouwerijfacturen door onze voorgangers stipt werden betaald en dat Brouwerij Haacht noch eigenaar CV Minard in geen tijden in het pand hadden geïnvesteerd. Dus er was ook geen financieel engagement dat moest worden gecompenseerd.

Maar na de overname werden we met een en ander geconfronteerd:

Langs het dak regende het binnen, duiven nestelden op zolder, buitenramen waren rot en sloten niet, De Koer was enkel overdekt door winderige golfplaten zodat het ’s winters binnen vroor, alle waterleidingen waren nog van lood – waarvan enkele permanent lekkend – en langs alle kanten liet het plaaster los van de muren. Ook was oa. de bierinstallatie hopeloos verouderd en kon die het op drukke avonden nauwelijks bijbenen.

Maar we kloegen niet want de huur was relatief laag en elke halve frank die we overhielden investeerden we in de zaak en – hoe naïef ook – in het pand zelf…

Elke klacht die we hadden over fundamentele tekortkomingen in het gebouw, zoals oa. hierboven omschreven, werd op de lange baan geschoven; verantwoordelijkheden werden tussen eigenaar CV.Minard, en hoofdhuurder Brouwerij Haacht over en weer gespeeld, met het resultaat dat er nauwelijks iets gebeurde. Als we vooruit wilden met de zaak móésten we het wel zelf doen, was ons besluit.

Na een jaar uitbating besloten we te investeren in een keuken en in overleg met de eigenaar, met goedvinden van de brouwerij, begonnen we met het verbouwen van een toenmalige vervallen slaapkamer, naast de sanitaire ruimte op het gelijksvloers. De investering van de verbouwingswerken werden door ons gedragen, toen geraamd op zo’n 600.000Bfr. Ook investeerden we zelf onder andere in een nieuwe, krachtige bierkoeler met gekoelde ‘Pythonleiding’ tot aan de kranen.

Onze bedoeling was duidelijk voor iedereen: We wilden schotels aanbieden die verder gingen dan een klassieke spaghetti, aan redelijke prijzen, zonder de Kaffeesfeer geweld aan te doen: geen gedekte tafels, geen restaurantgevoel, gewoon eerlijke keuken voor eerlijke prijzen en: misschien eens iets dan anders. Temeer dat de kaffee-uren vóór 22h00 nauwelijks iets opbrachten. Dus hadden we ook natuurlijk een verhoging van de rentabiliteit voor ogen en werd ‘De Grote Kaart’ strikt vóór 22h00 aangeboden. Eters en kaffeegangers zaten elkaar niet in de weg en de hongerigen wisten waaraan ze zich mochten verwachten:

Geen restaurant, maar een kaffee waar je ook gewoon pretentieloos en lekker kon eten. En de muziektraditie werd verdergezet.

Eén van de eerste Vlaamse Muziek- en Eetkaffees was geboren.

Maar na vier jaar sloeg de schrik ons om het hart nadat we stipt en nauwlettend de aangetekende brief voor de huurverlenging hadden opgestuurd. We hadden geen recht op verlenging, noch op vernieuwing:

‘We werden vriendelijk doch dringend verzocht het pand binnen 3 maanden geschilderd en proper te verlaten.’ luidde het koele antwoord van de brouwerij. Het huurcontract dat we overnamen zat namelijk in de laatste van de 4 huurtermijnen van 9 jaar. De brouwerij had alle touwtjes in handen en kon in principe doen met ons wat ze wilden.

En dat hebben ze ook geprobeerd: Helemaal in de hoek geduwd werd ons een nieuw contract voorgelegd dat op’t eerste zicht gelijkaardig was aan het voorgaande, behalve een verviervoudiging van de huurprijs en een verdubbeling van de drankafnameveplichting tot 200Hl. ‘tGebed draaide in hun ogen een beetje te goed… Tot dan toe dachten we dat dit nog enigszins haalbaar was, tot we voor de eerste maal de hectoliters van de Haachtproducten bij elkaar telden. We kwamen nauwelijks aan 70Hl. Ze wisten dat er oa. Westmalle, Duvel en Hoegaarden werd geschonken, want hun bieruitzetter kwam het zelf leveren!

We hadden bvb wel Haacht-Witbier van de tap en als die goed was liep de kraan ook goed. Maar hun witbier was bijwijlen even variabel in kleur, troebelheid en schuimbaarheid als het Leiewater destijds.

De Primus-Pils was en bleef wel een goed verkoopbaar bier, getuige ervan de vele hectoliters die ik er zelf van heb omgezet…

Verder gaan we het niet hebben over de kwaliteit van de rest van hun producten zoals Tongerlo, Charles Quint, enz die elk gevoel van marketing mistten, om nog meer te zwijgen over hun Val-plat waters…

Maar als Kaffeebaas moet je maar zien dat je het verkoopt. Hoe? Dat zal de brouwerij een zorg zijn. Zie maar dat je aan je hectoliters komt! Je moest wél hun bier verkopen maar de glazen en bierkaartjes konden wachten.

Tot dan toe hadden zowel de brouwerij als de eigenaar CV Minard enkel geschitterd in krenterigheid. Het dak bleef lekken en zelfs slechte vaten bvb werden nauwelijks vergoed.

Een advocaat (nog altijd: bedankt Jo!) werd erbij gehaald en die pikte er niet minder dan 14 clausules uit die onmogelijk waren te vervullen, waaronder een strafbepaling van ong 700Bfr. per ontbrekende Hl per jaar!

Ook zou ons verboden worden nog langer eten te serveren, enz…

Pas toen we met de tranen in de ogen inzagen dat hierin geen toekomst meer zat en naar een alternatief uitkeken, was de directeur van Haacht plots wél bereikbaar: ‘ Maar meneer Mussche, U moet het ook weer niet zó ernstig nemen!’ (Zijn reactie zal ik nooit vergeten)

Er volgden 8 lange maanden van vertwijfeling en onderhandelingen, waarin we ondertussen ‘Zonder Recht Noch Titel’ het pand bleven bewonen en uitbaten.

Het werd me steeds duidelijker dat je als uitbater wél een goede onderhandelingspositie hebt als je voet bij stuk houdt. De brouwerij zou zich misschien wel’s kunnen verslechteren met een andere uitbater…

Acht maanden later waren alle 14 pijnpunten uit het nieuwe contract geschrapt, de verplichte Hl teruggeschroefd tot 100Hl, maar de nieuwe huurprijs bleef gehandhaafd. In ruil ging de eigenaar zelfs het dak herstellen en werd De Koer eindelijk omgebouwd tot een sanitair, met een WC voor dames apart. Achteraf bleek dat het dak gerepareerd werd op kosten van de nieuwe bieruitzetter, in ruil voor het leverrecht, een maneuver van de voorzitter van de CV Minard…

Een nieuw contract werd uiteindelijk getekend, waarin duidelijk vermeld werd dat ‘beperkte restauratie’ werd toegestaan. We waren in principe weer vertrokken voor 4X9 jaar. Haacht mocht niet klagen want ze kon rekenen op een comfortabel huuroverschot.

Dini en Roger namen ‘tGebed op de eerste dag van de Genste feesten 2000 over, precies 14 jaar na onze eerste dag. Op de dag van het tekenen van het overnamecontract probeerde Haacht opnieuw het serveren van gerechten te verbieden via een ongemeen laf maneuver van haar aanwezige vertegenwoordiger (uiteraard in opdracht van Haacht). Van alle positieve clausules, daags ervoor onderhandeld en bevestigd op de hoofdzetel van Haacht, was geen spoor meer! Zij meenden allicht dat we het exemplaar van het contract dat ter tekenen op tafel lag, niet vooraf zouden lezen!?

Maar Stefke was geen 24 meer… En de vertegenwoordiger werd wandelen gestuurd tot hij terugkwam met het correcte exemplaar. Dat zat wonderwel al klaar in zijn brieventas…

Dini en Roger werden de volwaardige opvolgers en de traditie van ‘tGebed werd in al zijn facetten voortgezet.

Wat een brouwerij in de eerste plaats zou moeten doen is waarvoor ze gemaakt zou moeten zijn: Lekker Bier Brouwen! In plaats van zich bezig te houden met Koffie en de uitbaters te verplichten de stoffige wijnen uit hun ‘Caves St. Christophe’ – een gamma even boeiend als een dooie goudvis – te verkopen. En in de tweede plaats zorgen dat het bier verkoopbaar is. Het zou Haacht deugd doen als ze hun middeleeuwse marketing-machine eens zouden vervangen.

Ten derde, en absoluut belangrijk, zouden ze hun kaffee-uitbaters beter behandelen als hun klanten, wat ze tenslotte zijn, ipv hun lijfeigenen.

Dat het slecht gaat met het bierverbruik is niet de schuld van de uitbaters, maar is een maatschappelijk fenomeen dat al jaren duurt. Als uitbater kan je toch moeilijk de kaffeegangers het bier in hun strot rammen? Of een infuusje steken, intraveneus recht uit de tap?

100Hl omzetten per jaar: de grootste plas wordt steeds gevormd door het pilsverbruik. Dat betekent 4 vaten Pils per week, zomer en winter. Dat is gewoon fysisch en moreel niet mogelijk. Bovendien zouden de klanten niets anders meer mogen consumeren om met de opbrengst daarvan nauwelijks de huur nog te kunnen betalen. Reken maar uit! Een deurwaarder zou ook dat eens moeten vaststellen! ‘tGebed zonder eind heeft een oppervlakte van 40 (veertig) vierkante meter, de toog inbegrepen, en vier of vijf tafeltjes op het terras. That’s it! Veel meer dan 60Hl was en is uit ‘tGebed niet te knijpen. De tijd van de grote horden pintendrinkers is lang voorbij. En als Haacht Hoegaarden wil schrappen, dan zal de Hoegaarden-drinker op een ander zijn favoriet bier gaan zoeken en de hele kliek – waaronder pintendrinkers – meesleuren. Een Kaffee in de XXIste eeuw heeft een ruim en relevant drankengamma nodig om te kunnen bieden aan zijn klanten. Zoniet kan hij de concurrentie niet aan met diegene die dat wel doen. Het schrappen van niet-Haacht-bieren uit het gamma is kortzichtig en tegen het principe van de vrije markt-economie. En aangezien Haacht bij mijn weten geen investeringen heeft gedaan, niet in het gebouw, niet in de zaak, noch door een lening of wat dan ook, kan daar ook niet de eis tegenover staan om exclusief enkel haar producten te verkopen. Dat zou voor beide partijen een slechte zaak zijn, dus ook voor de brouwerij, die enkel de klandisie in een van ‘haar’ kaffees zal zien verminderen.

‘tGebed kan zich geen betere uitbaters indenken dan Dini en Roger. Brouwerij Haacht weet dat misschien wel maar wil eerst de uitbaters afdreigen, platwalsen en murw kloppen om zo in een gunstiger onderhandelingspositie te staan voor het bekomen van een strenger contract. Een beetje goodwill en gezond verstand van beide partijen, maar vooral van Haacht, zal nodig zijn willen we dit Gents monument niet verliezen.

Hou er de de moed in, D & R! Nie pleuje!

Stef Mussche,

Uitbater ‘tGebed zonder eind 1986-2000