Dit is het vervolg van deze post.
Het heeft een tijdje geduurd voor het ons duidelijk werd: Wat had Santiago nu met een St-Jacobsoester te maken?? En zoals je hier bij de slager enkele “San Jacobo’s” kunt bestellen (gepanneerde varkenslapjes gevuld met ham en kaas), dachten we jaren lang dat het over twee verschillende heiligen ging.
Santiago is, naar we weten (God en andere lezers: vergeve ons onze beperkte kennis betreffende), een van de enige heiligen die zijn titel in zijn naam wist te verwerken, een beetje zoals Sinterklaas. Origineel komt de naam van het hebreeuws: Yeagob, wat betekent: ‘God zal ‘t u lonen’, verbasterd oa tot Yagob, Jacob, verlatijnsd tot Jacobus en verspaansd tot Jacobo (spreek uit: Chacobo).
Eens apostel en dus heilig verklaard, werd dat Sant Yago en dan is de stap naar Santiago zo gezet.
De gallicische Vieira, de lekkere St-Jacobsoester draagt ook de wetenschappelijke naam: Pecten jacobaeus en werd al vrij snel het symbool van de ‘Ruta Jacobea’.
Een nogal straf verhaal ligt aan de katholieke oorsprong van het bedevaartsoord en zijn aantrekkingskracht; misschien de moeite waard om even samen te vatten:
Yeagob de apostel dus, naar ‘t schijnt de broer van Johannes de doper, had na de dood van Jezus – inderdaad omstreeks 33 n. Chr. – het plan opgevat het evangelie te gaan verkondigen en reisde daarvoor helemaal naar Spanje, meer bepaald naar de monding van de rivier Ulla in Galicia. Veel aanhang had hij daar niet en onverricht ter zake keerde hij terug naar Palestina waar hij prompt ingerekend werd door Herodes die hem, na wat gefolter, liet onthoofden. We schrijven 44n.chr.
Herodes verbood zijn begrafenis maar Jacobs’ plaatselijke discipelen ontvreemden bij nacht zijn lichaam en brachten het naar de kust waar zomaar een boot zonder bemanning lag te wachten. Op die boot stond een marmeren sacofaag klaar waar ze het lichaam, met het hoofd onder de arm, in borgen. De boot vertrok – nog steeds onbemand – en kwam helemaal op zijn eentje aan bij de monding van de Ulla waar het de rivier opzeilde tot aan de haven van Iria Flavia, de toenmalige hoofdstad van Galicia, toen nog bezet door de Romeinen. Zijn schaarse plaatselijke volgelingen brachten de marmeren kist naar een begraafplaats in de buurt, waar alle christelijke bijeenkomsten door de Romeinen verboden en vervolgd werden.
De plek raakte daardoor vergeten toen plots, bijna 800 jaar later, een eremita – laat ons zeggen: een kluizenaar-pater, Pelayo genaamd – op die plek vreemde lichtschijnselen, alle soorten vallende en stilstaande sterren en een soortement engelengezang waarnam (die sobere tiepen werden nochthans verondersteld niet te drinken of te roken). Hij waarschuwde de plaatselijke bisschop van Iria Flavia, Teodomiro – de heidense Romeinen hadden in die tijd al niets meer te zeggen en de verspreiding van het christendom kon zijn gang gaan – en samen gingen ze een kijkje nemen. Daar vonden ze een (DE) marmeren sarcofaag en de beenderen werden prompt herkend als die van onze arme apostel, mede dankzij de verweerde inscripties op het sluitstuk. Dit blijde nieuws werd aan de spaanse koning Alfonso II doorverteld, die meteen – na een bezoekje terpaatse – apostel Santiago bombardeerde als Patroonheilige van het toenmalige Koninkrijk. Het hele terrein kreeg de welluidende latijnse naam Campus Stellae (het veld met de sterren) waar Compostela uiteindelijk haar naam aan dankt.
Santiago is nog steeds de patroonheilige van het huidige Spanje en wordt gevierd op 25 juli, nationale feestdag.
Je moet het maar doen, Tedju!! Chapeau Santi!!
Zoals een Gents (?) spreekwoord luidt: ‘Is ‘t nie waar, ‘t is toch goed gevonden…’ (maar ik zit er voor niks tussen!)
Maar natuurlijk is het waar, niewaar Jaak?
2 Responses
ron
09|Sep|2008 1Leuke info, Stef. Keep up the good work!
Jaak Clinckspoor
04|Nov|2008 2Natuurlijk, querido Stef, is het waar… Alles is wel ergens waar voor iemand hé.
Leuk dat je een blog bent opgestart, het werkt aanstekelijk want ik ben er nu ook één begonnen voor cursisten Spaans. (zie URL)
Hasta pronto, compañero
Jaak
Leave a reply