Overlaatst reed ik uitzonderlijk langs de oude, in onbruik geraakte weg, de NA122.
Je komt er nog weinig andere zotten tegen sinds ze de nieuwe peperdure A12-autoweg Pamplona-Estella-Logroño hebben aangelegd (1miljoen€/300m), behalve de eeuwige Pelgrims natuurlijk. Er stond er eentje te liften, met zijn duim als verlengde van zijn wandelstok, waaraan zijn St-Jacobschelp bengelde. De broeierige hitte deed me op de rem trappen. De parijzenaar moest op 31 augustus in Compostela staan en daarmee wou hij de resterende 730Km een beetje zeuren met af en toe te liften. En dan thuis lopen bluffen over hoe verhelderend en louterend die uitputtende wandeltocht wel is. Tarara!
Ik zette hem af in Estella, bespaarde hem 35Km boetedoening (graag gedaan) en zou het niet doorvertellen in ruil voor een pint, die ik weigerde. Zodoende…
Aangetrokken door de mystiek, de legendes en de weergalloze schoonheid van de ong. 1.000 Km lange bedevaart beginnen elk jaar nog steeds vele duizenden gelovigen – en ook mindere goden – aan dit avontuur, waarvan een goed deel de eindmeet niet haalt. Tenminste, niet op de manier die ze voor ogen hadden.
We leven nu al zo lang op een boogscheut van de befaamdste, oudste en langste pelgrimsroute van Europa en we hebben er nog nauwelijks aandacht aan besteed. Zonde…
De authentieke opdracht bestaat uit het afstappen van de route, vertrekkend uit een van de vele startpunten in de Pyreneeën, langs talloze kapellekes, romaanse kerkjes, kloosters en cathedralen; met een minimum aan bagage en op een zo sober mogelijke manier: slapend op britsen, in dikwijls gemeenschappelijke slaapzalen van de erkende Camino-albergues met elementair sanitair en voor een appel en een ei… Daarvoor moet je wel je pelgrimspasje kunnen voorleggen dat overal wordt afgestempeld.
De ruim duizendjarige geschiedenis van ‘El Camino de Santiago’ heeft meerdere versies voortgebracht die convergeren in Pamplona, Puente La Reina en Estella. Dit laatste stadje, hier 15Km vandaan, heeft als vaste stopplaats zelfs haar bestaan te danken aan de niet aflatende stroom pelgrims wat zorgde voor een florerende bedrijvigheid dat de middeleeuwse katholieken er toe aanzette tientallen (Romaanse) kerken, kloosters en kerkjes te bouwen: San Pedro, San Miguel, San Blas,… en uiteraard ter ere van de Heilige Maagd in al haar ontelbare gedaantes: Eunate, Puy, Pilar, Iranzu, Irache,… Bijna alle vroeg-christelijke tempels werden gebouwd op de fundamenten van eerdere, heidense bouwsels, waarvan de bijzondere eigenschappen zonder meer werden overgenomen en gekerstend: een geneeskrachtige bron, een eeuwenoude eik, vreemde verschijnselen.
Eindoel: – zoals bekend – Santiago de Compostela in het verre Galicia, waar een bangelijk indrukwekkende Kathedraal op hen wacht. Zelden kan je nog zo de devote sfeer van Katholieke beleving meemaken als daar: mensen die in trance de monumentale trap beklimmen, die zich al huilend voor het altaar werpen, de zijbeuken met om de 5 meter een biechtstoel, zonder fout allemaal bezet door een priester en voor elke biechtstoel een rij prevelende wachtenden. Werkelijk een adembenemende ervaring.
(wordt weerom vervolgd)
Leave a reply